Een selectie uit de nieuwsberichten van afgelopen weken:
Bewijsvermoeden bij splitsingsvrijstelling in strijd met EU-recht
Splitsingen met zowel zakelijke als fiscale motieven kunnen volgens de Hoge Raad niet automatisch als misbruik worden aangemerkt, zolang de fiscale overwegingen niet dominant zijn. Ook stelt de Hoge Raad vast dat het bewijsvermoeden dat een splitsing geacht wordt niet plaats te vinden op grond van zakelijke overwegingen als de aandelen in de gesplitste of verkrijgende rechtspersoon binnen drie jaar na de splitsing worden vervreemd aan een derde partij, niet verenigbaar is met de Fusierichtlijn. Wat speelt er?Een verzekeringsmaatschappij wil haar onderneming verkopen. Zij kiest voor een afsplitsing naar een nieuwe vennootschap. De aandelen van deze vennootschap verkoopt zij direct daarna aan een derde. De inspecteur weigert de splitsingsfaciliteit, omdat de splitsing binnen drie jaar plaatsvindt. In dat geval bepaalt de wet dat er geen zakelijke overwegingen aanwezig zijn, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. FusierichtlijnVolgens de Fusierichtlijn kan een belastingvoordeel echter alleen worden geweigerd als daadwerkelijk blijkt dat belastingconstructies doorslaggevend zijn en zakelijke overwegingen niet of nauwelijks aanwezig zijn. Dit betekent dat de Belastingdienst (een begin van) bewijs moet leveren dat zakelijke overwegingen ontbreken of dat de primaire motivatie belastingontwijking is. BewijsvermoedenNu de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het bewijsvermoeden niet in overeenstemming is met de Fusierichtlijn, wordt de zaak verwezen naar Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor nadere behandeling. Bij deze herbeoordeling moet het hof onderzoeken of de splitsing daadwerkelijk op zakelijke overwegingen is gebaseerd of dat belastingontwijking het hoofddoel was. Daarbij ligt de bewijslast niet volledig bij de verzekeringsmaatschappij. De Belastingdienst moet een begin van bewijs leveren dat zakelijke motieven ontbreken of dat de splitsing vooral fiscaal gedreven was. Het hof moet ook nagaan of de splitsing, inclusief de aandelenverkoop binnen drie jaar, een zodanig fiscaal voordeel opleverde dat het doel en de strekking van de Fusierichtlijn worden ondermijnd. Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:298 | 04-03-2026 |